Camera spot tour tijdens Start Making Sense Kick Off

Camera’s in Rotterdam: de burger wikt, de overheid beschikt

De uitvoering van de gemeente Rotterdam voor de inzet van veiligheidscamera’s de komende drie jaar leverde tientallen klachten en een drukbezochte bijeenkomst met kritische burgers op. Toch verandert het gemeentebestuur vrijwel niets aan het cameratoezicht, blijkt uit de afhandeling van de bezwaren. Daarbij ontstaat het beeld dat de gemeente liever haar eigen doelen haalt, dan dat ze oog heeft voor hoe burgers de stad ervaren. 

Het leek zo’n mooi tegengeluid voor politiek cynisme, afgelopen herfst. Eind oktober organiseerde de zogeheten Algemene Bezwaarcommissie een bijeenkomst om tientallen burgers hun verhaal te laten doen. Deze klagers waren het allen oneens met het zogeheten aanwijzingsbesluit cameratoezicht van de gemeente Rotterdam. Hierin legt zij uit hoe camera’s de komende drie jaar worden ingezet voor de openbare orde. De ene groep burgers wilde juist meer camera’s, de andere juist minder, elk met hun eigen argumenten.

Keurig kwamen bij die bijeenkomst al die verhalen voorbij, inclusief reactie van de verantwoordelijke ambtenaren. Iedereen voelde zich gehoord, en hoopte vol goede moed dat de commissie dit alles zou verwerken tot een advies aan het gemeentebestuur dat het besluit ten goede zou bijsturen. Het systeem van participatieve democratie werkte als nooit tevoren. 

Meer frustratie

Nu, drie maanden later, is van die hoop weinig over. In haar advies veegt de commissie namelijk alle klachten van tafel, en die uitkomst neemt het Rotterdamse stadsbestuur volledig over. En hoe goed onderbouwd dat advies ook is, de uitkomst leidt tot veel frustratie bij de bezwaarmakers. De een voelt zich geschoffeerd en teleurgesteld, de ander heeft een tegenrapport geschreven om de gemeente alsnog op andere gedachten te brengen, en een derde start een rechtszaak. 

De rode draad van deze reacties is de teleurstelling bij burgers over het verloop van de inspraakprocedure. Bij de bezwaarcommissie ontstond het gevoel dat er een goed gesprek mogelijk was over nut en noodzaak van camera’s, inclusief ruimte voor nuances, afwijkingen en zijpaden. Maar in het advies van de commissie is daar nauwelijks meer ruimte voor. De vraag is daarom of het optuigen van meer inspraak zonder dat daar consequenties aan verbonden worden, niet juist leidt tot meer frustratie.

Ongegrond

Ten eerste waren daar de klagers die juist meer camera’s wilden. Formeel gezien mochten zij niet meedoen aan de bezwaarprocedure, want zij waren geen bewoners of gebruikers van gebieden waar camera’s voor gepland stonden. Bij uitzondering mochten zij inspreken en hun verhaal vertellen, wat het gevoel gaf dat ze een kans hadden. 

Maar in het advies van de commissie staat vervolgens dat zij toch echt geen ‘belanghebbenden’ zijn. Ook zou hun angst voor het waterbedeffect van camera’s in een naburig gebied (dat de problemen zou verplaatsen naar hun leefomgeving) ongegrond zijn. Het enige lichtpunt voor de klagers is dat de adviescommissie het college adviseert de ingediende bezwaarschriften “als aanvragen in behandeling” te nemen voor het mogelijk instellen van nieuwe cameragebieden. 

Kritiek pareren

Ten tweede waren er burgers die juist kritisch waren op de te plaatsen camera’s. Tijdens de zitting gingen de klagers en de bezwaarcommissie diep op hun argumenten in. De bezwaarmakers vertelden over misdaadcijfers die niet klopten, onjuiste bebording om cameragebieden aan te geven, onduidelijke regels voor wanneer camera’s wel en niet geplaatst (en weer verwijderd) mogen worden, conflicten met het recht op privacy in de openbare ruimte, en verwarring over hoe het nut van camera’s te meten is. 

Tijdens de sessie onderschreven de commissieleden de waarde van deze vragen, en gaven ze als huiswerk aan de aanwezige ambtenaren mee. Maar in het uiteindelijke advies heeft de commissie zelf al deze kritiek gepareerd. De rode draad: de veiligheidsproblematiek in Rotterdam is dusdanig, dat de nadelen van en onduidelijkheid over die inzet daarbij in het niet vallen. Geen van die argumenten is doorslaggevend om van het plan af te wijken

Desillusie

De teleurstelling van dit proces zit hem in de onduidelijke spelregels. Door het instellen van de bezwaarcommissie en de ruimhartige behandeling van klachten tijdens die bijeenkomst, ontstond het gevoel dat er iets mogelijk was. Maar in de afhandeling toont zowel de commissie als het college zich een bureaucratische machine die enkel naar de letter van de wet kijkt, en bij discussiepunten zichzelf het voordeel van de twijfel geeft. 

De overheid gaat op deze manier grotendeels voorbij aan het onderliggende hulpverzoek van burgers. Want of zij nou meer of minder camera’s willen, ze willen vooral een oplossing voor hun problemen. Door enkel te zeggen dat hun kritiek niet gegrond is, blijven zij hiermee rondlopen, alleen dan inclusief de desillusie van inspraak die hoopvol leek maar nergens toe leidde. 

Steken laten vallen

Bovendien toont de overheid zich zo geen gelijkwaardige gesprekspartner. Kritische burgers moeten hun argumenten 100 procent waterdicht, tijdig en volgens de regels inleveren, anders worden zij terzijde geschoven. De overheid mag daarentegen steken laten vallen. Zij komt weg met onvolledige, onjuiste of te laat ingeleverde misdaadcijfers als argument voor onveiligheid, het niet kunnen aantonen wat het effect van camera’s is, en het niet kunnen vertellen wat de ondergrens voor onveiligheid is. Hierdoor ontstaat sterk het gevoel dat voor de gemeente de uitkomst al vaststaat, namelijk dat er intensiever cameratoezicht nodig is om meer veiligheid te bereiken.

Blijkbaar leeft er onvrede in Rotterdam. Aan de oppervlakte gaat dat over de inzet van surveillancecamera’s, maar daaronder schuilt een veelvoud aan problemen. Zeggen dat die onvrede aan de oppervlakte geen geldige grond kent, lost de onderliggende problemen niet op. Ook slechts eens per drie jaar deze inspraak mogelijk maken, is te weinig van het goede. 

Meest werkbare oplossing

Terwijl het zo makkelijk zoveel beter kan. De gemeente hoeft enkel in breder perspectief om te gaan met de klachten. Ga bij bezwaren vaker het gesprek aan, en beperk je daarbij niet tot wie er volgens de wet gelijk heeft. Begin met de simpele vraag: waar zitten jullie mee, en hoe kunnen we die situatie verbeteren? Bespreek vervolgens de opties met de bezwaarmakers, zonder gebruik te maken van een voorsprong in kennis van de praktijk en de wet. Bepaal zo welke oplossing het meest werkbaar is voor de problemen, rekening houdend met de wetenschap dat geen daarvan ideaal is. Daar zou iedereen van profiteren. Het begin is er al, met de manier hoe de Algemene Bezwaarcommissie tijdens de bijeenkomst werkt. Nu de uitwerking nog. 

 

Kader: Dit doen de bezwaarmakers nu

De rechtszaak

Een van de bezwaarmakers, advocaat Guido Grijs van kantoor AVSK in IJsselmonde, laat weten een rechtszaak tegen de gemeente aan te spannen over het cameratoezicht. Hij richt zich daarbij specifiek op zijn eigen wijk. 

Grijs stelt onder meer dat de misdaadcijfers die de camera-inzet in IJsselmonde moeten onderbouwen niet kloppen. Ook zou er volgens hem een aantoonbare reflex in Rotterdam zijn om repressieve maatregelen snel en langdurig in te zetten (terwijl wettelijk in het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens is vastgelegd dat dit juist terughoudend en tijdelijk moet gebeuren). Verder ontbreekt volgens Grijs het bewijs voor het nut van camera-inzet. Zo is, stelt hij, nooit aangetoond dat de moordenaar van IJsselmonde opgepakt kon worden vanwege de aanwezige camera’s, in tegenstelling tot wat de gemeente beweert.

Ook bekritiseert Grijs de afwezigheid van een ondergrens voor veiligheid voordat camera’s worden geplaatst. Hierdoor is nooit duidelijk wanneer dit wel en niet mag. Volgens de eiser kan een stad als Rotterdam nooit nul incidenten hebben. "Incidenten zijn dan ook geen rechtvaardiging om over te gaan tot zo een ingrijpende middel."

De contra-evaluatie

Peter Stijnen heeft als zelfverklaard kritisch burger een contra-evaluatie gemaakt van de meest recente evaluatie van het cameratoezicht, uitgevoerd in 2025. Zo wil hij duidelijk maken waar deze steken laat vallen, en daarmee dat deze evaluatie dus geen solide basis biedt voor het nieuwe camerabeleid. 

Stijnen deed dat onder meer door heel veel door de stad rond te lopen en observaties van het rapport te vergelijken met de realiteit. Hij concludeert onder meer dat het rapport inconsistent is. “Zo staan er soms meer camera’s op de plattegrond dan in de tekst, soms omgekeerd, en bovendien blijken er verschillen te zijn tussen de weergegeven cameraposities en de feitelijke situatie.” Ook merkt Stijnen op dat er soms camera’s buiten of precies op de grens staan van het gebied waar ze moeten filmen, wat juridisch twijfelachtig is.

Ook viel het Stijnen op dat de preventieve werking van camera’s maar moeizaam tot zijn recht komt. Zijn evaluatie laat zien dat overheidscamera’s vaak slecht zichtbaar zijn, bebording die cameratoezicht aankondigt afwezig of slecht zichtbaar is, en dat onduidelijk is welke camera’s van de overheid en welke van bijvoorbeeld bedrijven of particulieren zijn. Dat blijkt volgens hem ook uit de zogeheten Omnibus-enquete 2025 van de gemeente Rotterdam. Daarin geeft 42% van de Rotterdammers aan niet te weten of er cameratoezicht in diens buurt is. 

Stijnens laatste punt van kritiek is dat het rapport belangrijke zaken onbenoemd laat, zoals aanzienlijke uitbreidingen of verplaatsingen van camera’s. Dat is vreemd, stelt Stijnen, want eerdere rapporten gaven juist het advies om het cameratoezicht in de huidige vorm te continueren. Ook merkte hij een advies in het rapport op dat identiek in het vorige rapport stond én al uitgevoerd is.

Door al die fouten, concludeert Stijnen, “ontstaat het beeld van een systeem waarvan niemand het geheel meer kan overzien, terwijl het zich intussen verder blijft uitbreiden en ontwikkelen. Dit staat op gespannen voet met het ingrijpende karakter van cameratoezicht dat niet zomaar ingezet mag worden vanwege de inbreuk op de privacy.” Evaluaties, besluit hij, lijken daardoor niet bedoeld om de uitvoering bij te sturen, maar om het te rechtvaardigen.

Inmiddels heeft Stijnen contact gehad met de gemeente, waarna een aantal aandachtspunten tot zijn vreugde zijn opgepakt. Zo worden fouten op de camerakaarten rechtgezet, en zijn er nieuwe borden besteld om de zichtbaarheid te vergroten. “De hoofdpunten die ik heb aangekaart zijn dus daadwerkelijk opgepakt. Dat geeft de burger moed.” Wel is hij benieuwd of de acties ook echt uitgevoerd worden. Bovendien mist Stijnen nog altijd het fundamentele debat over waarom we eigenlijk camera’s willen en wat ze precies voor effect hebben, zoals voor preventie en het veiligheidsgevoel.

Kader: Reactie gemeente Rotterdam

De verantwoordelijk wethouder en ambtenaar van de gemeente Rotterdam willen niet reageren op deze analyse. Dit is, zegt een woordvoerder, omdat de gemeente nog in gesprek is met een bezwaarmaker over diens kritiek. “Voor het verdere goede verloop van deze gesprekken kiezen we ervoor om niet mee te werken aan dit verzoek.”

 

Meer informatie vindt u op:
Lees meer over Start Making Sense