Wie een uurtje rondloopt door het centrum van Den Haag, komt minimaal honderden camera’s, slimme deurbellen, nummerplaatdetecteerders en andere sensoren tegen. Dat zorgde voor verbazing en discussie bij medewerkers van het Planbureau van de Leefomgeving en College van Rijksadviseurs, die onder leiding van het Centre for Bold Cities deze lente op datatour gingen.
Deze datawandeling van het Leiden-Delft-Erasmus Centre for Bold Cities vond plaats op 16 april in Den Haag. Dit deden we voor de zogeheten Toekomstacademie van de Rijksoverheid, georganiseerd door het College van Rijksadviseurs en het Planbureau voor de Leefomgeving. Meer informatie over datawandelingen vind je hier.
In het administratieve hart van Nederland kwamen we in een uur tijd honderden sensoren tegen. Technologie is daarmee in Den Haag zeer nadrukkelijk aanwezig.
Tegelijkertijd is niet eenvoudig te achterhalen wat van al deze sensoren de achtergrond is, zoals hun oorsprong, nut en eigenaar. Hoe langer we kijken, hoe meer vragen roepen de camera’s, microfoons, scanpalen, scooterhubs en andere digitale toepassingen op bij deze kritische ambtenaren. Wat is hun effect? Wie zit erachter? Wie mag hierover meepraten? En hoe drukken ze hun stempel op de publieke ruimte?

Japanse duizendknoop
Bij verre de meest gespotte sensor is de camera, waar je welhaast over struikelt in Den Haag, en die zich voortplanten als een Japanse duizendknoop.
De straat voor Den Haag CS telt bijvoorbeeld al snel zo’n 100 camera’s, want als je er eenmaal op gaat letten, dan blijven ze maar komen. Hoe kan dat ooit nodig zijn, vragen de deelnemers zich af. Zijn dat niet allemaal organisaties (Rnet, NS, gemeente, politie, Rijksoverheid, particulieren, bedrijven) die langs elkaar heen werken? Kan dat niet beter?
Dat er zoveel cameras’s in het centrum van de stad zijn, is met dank aan de vele ministeries en ambassades, die een ideaal habitat vormen voor deze kunstmatige ogen. Maar camera’s zijn ook in grote hoeveelheden terug te vinden bij winkels en huizen.
Onmogelijk onbespied
Als de deelnemers gevraagd wordt waar camera’s voor zijn (zoals bij een winkel of een voordeur), dan is het meest gehoorde antwoord dat het voor de veiligheid is, én de aanname dat camera’s wel ‘iets’ voor die veiligheid doen. Maar als je daarop doorvraagt, weet niemand het meer zeker. Werkt deze wel echt?
En terwijl camera’s alles vastleggen wat zij zien, zijn zij zelf zeer terughoudend met informatie delen. In het centrum vinden we slechts een handvol borden die ons informeren dat er camera’s hangen, terwijl dit een wettelijke verplichting is. Nog afgezien van de praktische onmogelijkheid om onbespied door het centrum te lopen, zorgt dit gebrek aan informatie er ook voor dat je überhaupt niet weet waar wel en niet gefilmd wordt.
Wie ziet wat?
Ook slimme deurbellen in de publieke ruimte geven ons gebrekkige informatie over wie ons in de gaten houdt. Vrijwel allemaal filmen deze apparaten de openbare weg, terwijl wettelijk is vastgelegd dat de inzet van camera’s voorbijgangers zo min mogelijk mag schaden.
Deurbellen beschikken bovendien vaak over functies zoals gezichtsherkenning, nachtzicht en geluidsopname, die de impact op de privacy van anderen verder vergroten. De afwezigheid van duidelijke informatie over wie meekijkt en waarom, draagt bij aan deze zorgen.
Daarnaast worden de beelden soms opgeslagen buiten Europa. Daar is het beschermingsniveau van persoonsgegevens niet altijd gelijk aan dat in Europa. Hierdoor is de veiligheid van deze gegevens niet altijd gegarandeerd, terwijl die data ook gebruikt kan worden om AI-modellen te trainen.
Transparantie en bewustwording
We bespreken ook meer speculatieve sensortechnologieën en hun impact, zoals de opkomst van constant filmende smart glasses. Deelnemers merken daarbij op dat de ene camera de andere niet is. Waarom ervaren we het als invasiever wanneer iemand je van dichtbij filmt, dan wanneer een publieke camera van afstand registreert?
Een deelnemer stelt voor dat camera’s altijd duidelijk moeten aangeven wat, wanneer en waarom zij registreren, bijvoorbeeld via informatieborden en meldingen van opnames. Ter inspiratie wordt Japan genoemd, waar camera’s verplicht een geluid maken bij het nemen van foto’s. Dit zorgt voor meer transparantie en bewustwording.

Alternatief vervoer
Deelscooters en -fietsen stellen - zo benadrukken beleidsmakers en uitbaters - iedereen in staat zich duurzaam door de stad te bewegen. Ze vormen daarnaast een belangrijke bron van data over hoe mensen zich door de stad bewegen.
Toch vragen de deelnemers zich af welk maatschappelijk nut deze technologieën echt hebben. Met name deelscooters roepen twijfel op. Dragen zij daadwerkelijk bij aan duurzame mobiliteit? En welke groepen stadsgebruikers profiteren hier het meest van?
Ook in Den Haag blijkt het moeilijk om met deelscooters mensen die normaal met de auto reizen te verleiden tot alternatief vervoer. In de praktijk zijn de gebruikers ervan vooral mensen die al veel met het OV reizen.
Veel wandelen, weinig handelen
Een belangrijk spanningsveld dat naar voren komt tijdens de hele wandeling, is dat deelnemers nauwelijks handelingsperspectief ervaren. Wat kun je als inwoner doen wanneer je twijfels of vragen hebt over deze technologieën? Waar kun je bezwaar maken? En staat de bestuurlijke en maatschappelijke gretigheid naar technologie ons in de weg om bij de afweging hiervan een evenwichtig oordeel te vellen?
Minimaal, zo stellen de deelnemers, moeten burgers het waarom kunnen begrijpen: waarom staat of hangt dit apparaat hier, en welk probleem wordt ermee opgelost? Zeker voor het Planbureau voor de Leefomgeving en het College van Rijksadviseurs zijn dit vragen die direct raken aan hun werk aan de publieke ruimte.
Foto's: Nancy Smolka