In een nieuwe podcast bespreekt onderzoeksjournalist Inge Janse met zeven experts wat het betekent dat je in Rotterdam door duizenden camera’s in de gaten wordt gehouden. Waarom zet Rotterdam hier zo zwaar op in? Welke gevaren komen erbij kijken? En welke alternatieven zijn mogelijk?
In Rotterdam kijkt de overheid via bijna zeshonderd camera’s permanent mee naar wat er op straat gebeurt. Daarnaast zijn er nog vele duizenden andere camera’s, van mobiele installaties van de politie op onrustige plekken tot slimme deurbellen in vrijwel elke straat. Ook in het nieuwe coalitieakkoord spelen camera’s een rol in de ‘veiligheidsbeleving’.
Die plek van camera’s in Rotterdam, de stad van law & order, is niet nieuw. Al sinds 2002 zet de politiek zwaar in op camera’s. Als je vraagt waar die camera’s voor zijn, dan krijg je bijna altijd ‘veiligheid’ als antwoord terug. Maar wat is dat eigenlijk, veiligheid? Waarom heb je daar camera’s voor nodig? En is de aanpak van Rotterdam wel de beste?
Om daar achter te komen, spreekt Inge Janse met zeven experts over wat zij daarover weten én welke alternatieven zij zien. Een burgeractivist, sociaal advocaat, juridisch hoogleraar, mediakunstenaar, maatschappelijk onderzoeker en raadsleden uit Rotterdam en Amsterdam. De belangrijkste en meest opvallende inzichten uit de serie lees je hieronder.
De Boldcast is een productie van het Leiden-Delft-Erasmus Centre for Bold Cities, in samenwerking met Vers Beton. Ze vormt onderdeel van het onderzoek naar camera’s in de publieke ruimte. Meer informatie over dit onderzoek, inclusief links naar de app om zelf camera’s te spotten, vind je op de hier.
Advocaat Guido Grijs start een rechtszaak omdat de feiten niet kloppen
Guido Grijs is sociaal advocaat bij ASVK in IJsselmonde. Vanuit zijn kantoor, omsingeld door camera’s en midden in een veiligheidsrisicogebied, hekelt hij de inbreuk van de gemeente op onze privacy.
“De gemeente weet dat ze met deze maatregelen tegen criminaliteit de grenzen van het Europees Verdrag van de Rechten voor de Mensen bereikt. Toch wil ze het hele pakket behouden, ook al is de werking ervan meer gebaseerd op een idee dan dat het wetenschappelijk onderbouwd is. Het is vooral symboolpolitiek.”
Grijs benadrukt niet tegen camera’s an sich te zijn. “Als er een gebied is waar aantoonbaar criminaliteit plaatsvindt, dan mag je best als tijdelijke maatregel camera’s installeren, zoals de politie doet. Maar niet zomaar voor drie jaar.”
Omdat hij twijfelt aan de onderbouwing voor de noodzaak van camera’s, is hij een rechtszaak gestart tegen de gemeente. “Als burgemeester en wethouders een aanvraag doen voor het plaatsen van camera’s, dan moeten ze die wel goed onderbouwen met cijfers en wetenschappelijke argumenten. Wat zijn de effecten van de camera’s, dragen ze echt bij aan minder criminaliteit, en maken ze niet te veel inbreuk op de privacy?”
Burgeractivist Peter Stijnen maakt zijn eigen kaart met alle camera’s in Rotterdam
Na ooit ongevraagd gefilmd te zijn op de Witte de Withstraat, besloot burgeractivist Peter Stijnen om aan countermapping te doen: alternatieve kaarten creëren die machtsstructuren bevragen, in plaats van versterken. Op zijn vele wandelingen door de stad kijkt hij nauwkeurig om zich heen en noteert hij alle camera’s van de gemeente die hij ziet. Via deze online kaart geeft hij iedereen de kans te weten waar zij in de gaten worden gehouden. Ook schreef hij vorig jaar een uitvoerig bezwaar tegen het nieuwe besluit voor de inzet van camera’s door de gemeente.
Waarom is Peter zo benieuwd naar camera’s? “Het gaat mij om de asymmetrie in macht. Er is aan de ene kant een overheid die alles centraal bijhoudt en iedereen vanuit een centrale ruimte kan volgen. Ook kan zij die gegevens op allerlei manieren koppelen om controlerend op te treden. Dat vind ik een gevaarlijke ontwikkeling.”
Hij bepleit daarom een cameraplafond, een maximaal aantal permanente camera’s dat de overheid in Rotterdam mag plaatsen. “In Utrecht doen ze dat ook, daar moet voor elke nieuwe camera een andere weg.” Stijnen hoopt dat de gemeente daardoor kritischer nadenkt over welke camera’s echt effectief en noodzakelijk zijn. “Want als camera’s niet werken, dan moeten we iets anders verzinnen.”
Onderzoeker Paul van Egmond waarschuwt voor particuliere camera’s
Paul van Egmond, onderzoeker bij onderzoeksbureau voor de publieke sector DSP, evalueerde het afgelopen jaar (pdf) voor de gemeente Rotterdam de inzet van camera’s. Zeker, hij ziet dat er zaken beter kunnen, maar grosso modo lijkt de overheid zich goed aan haar eigen wetten te houden.
Problematischer vindt hij de oprukkende camera’s in het private domein. “Er is veel geloof in cameratoezicht. Maar als supermarkten met bodycams hun klanten opnemen, dan vind ik dat niet prettig. Ik weet ook niet of die beelden daar wel in goede handen zijn.”
Die vraagtekens ziet hij steeds minder geplaatst worden. “De hele maatschappij zit vol camera’s. Iedereen heeft er een bij zich, je wordt overal non stop gefilmd, dus het wordt steeds normaler. Gek genoeg moeten gemeentelijke camera’s aan allerlei wettelijke eisen voldoen, terwijl deurbelcamera’s gewoon de openbare ruimte filmen, wat helemaal niet mag. Maar daar wordt niet op gehandhaafd.”
Kunstenaar Roos Groothuizen heeft altijd wat te verbergen
Iedereen heeft iets te verbergen. Dat stelt mediakunstenaar en slimme-deurbel-onderzoeker Roos Groothuizen, in respons op de vraag wat je kunt zeggen tegen mensen die camera’s prima vinden, omdat zij niets te verbergen hebben.
“Mensen gaan uit van de goedheid van de overheid en de instanties die de macht hebben. Daar zit het probleem. Misschien heb je nu niets te verbergen. Maar in de Verenigde Staten zie je hoe er misbruik wordt gemaakt van camerabeelden door de nieuwe, fascistische machtssituatie. Daar worden de beelden van slimme deurbellen zonder aanleiding gevorderd door politieagenten en gebruikt voor hun eigen doeleinden.”
Volgens Groothuizen had niemand dat verwacht toen ze er jaren geleden zonder nadenken een aanschafte op Amazon. “Voor technologie zijn altijd veel meer functies en toepassingen te bedenken dan die waarvoor je deze hebt aangeschaft. Dáár zit de frictie.”
Gemeenteraadslid Elisabeth IJmker verzint graag alternatieven
In Amsterdam stelt PRO-gemeenteraadslid Elisabeth IJmker vaak kritische vragen over de inzet van camera’s. Zij ziet namelijk dat technologie vaak als reflex wordt ingezet, terwijl dat nergens voor nodig is.
“Tijdens de coronaperiode was het heel druk in de binnenstad, en dat kon vanwege de anderhalvemeterregel niet. Toen werden er camera’s opgehangen in de Kalverstraat om te kijken of het druk was. Ja, volgens mij is het daar gewoon druk op zaterdag, dus wat is dan precies de toegevoegde waarde hiervan?”
IJmker stelt daarbij graag alternatieven voor. “Tijdens corona was het ook te druk op de Wallen. De reflex was toen: we plaatsen camera’s om dat te monitoren. Maar er staan daar ook heel veel auto’s geparkeerd. Hef wat parkeerplaatsen op, en dan heb je er weer een meter of twee bij, zodat er meer mensen passen. In plaats van de situatie te houden zoals deze is en de problemen op te lossen, kun je de situatie ook aanpassen om de problemen te voorkomen.”
Dat die technologie-reflex er bij de gemeente is, komt volgens haar onder meer door de economische belangen die erachter zitten. “Bedrijven zeggen: ‘Wij hebben dé oplossing voor jouw probleem, het enige wat je hoeft te doen is dit stukje technologie inkopen, en dan maken wij de wereld een beetje makkelijker’. Maar termen als gemak, efficiëntie, slim en innovatie verhullen dat er nog meer van belang is om het over te hebben. Denk aan discriminatie en sociale cohesie. De politiek moet de afweging daartussen maken. Maar de taal van bedrijven slaat dat debat plat.”
Rotterdams raadslid Loes Rojer laat graag incidenten zien
Volgens het Rotterdamse gemeenteraadslid Loes Rojer van D66 zet de politiek camera’s niet op een afgewogen wijze in. In haar ervaring handelen politici vooral op basis van sentiment en om daadkrachtig over te komen, zonder dat ze goed nadenken of camera’s ook echt de beste oplossing zijn.
Maar goed, hoe overtuig je de rest van de raad daarvan? “Mensen gaan pas nadenken als ze zien dat er iets misgaat. Een tijd terug werden er bijvoorbeeld camera’s geplaatst bij zelfscankassa’s. De gedachte daarachter was dat mensen minder snel geneigd zijn om te stelen, omdat ze weten dat ze gefilmd worden. Bij een rechtszaak hierover zei de rechter dat dit helemaal niet mag, omdat je voor dat doel ook gewoon prima een spiegel kunt ophangen.”
Wetenschapper Marc Schuilenburg wil het debat over camera’s aanjagen
Jurist en filosoof Marc Schuilenburg van Erasmus Universiteit Rotterdam doet al jaren onderzoek naar surveillance in de stad. Wat hem daarbij vooral opvalt, is het totale gebrek aan publiek debat daarover. Volgens hem komt dat omdat surveillance genormaliseerd is geraakt. “Camera’s zijn een onderdeel geworden van ons dagelijks leven, net zoals je tanden poetsen en je pyjama aantrekken als je gaat slapen.”
Hoe krijg je dat debat op gang? Volgens Schuilenburg begint dat bij een groter bewustzijn van mensen, bijvoorbeeld dat de slimme deurbel meer is dan een knop om een deur te openen. “Achter dat kastje gaat een heel debat schuil. Denk aan de infrastructuur van techbedrijven, de rol van camera’s in de VS, en de discussie over digitale soevereiniteit.”
Bovendien moeten ook mogelijk betrokkenen meedoen aan dit debat. “Daarvoor moet je het woord ‘publiek’ breder definiëren. Het publiek is namelijk ook de voorbijganger die onbedoeld slachtoffer wordt, het techbedrijf dat ze maakt, en de natuur die lijdt onder de energie die ze slurpen.”